Cruisevaart

Schepen zijn in veel gevallen een middel om personen of goederen over zee naar een andere plek te kunnen transporteren, maar bij het fenomeen cruisvaart gaat dit varen niet zozeer over transport, maar over ontspanning en entertainment. Cruiseschepen worden vaak beheerd door cruisemaatschappijen. Zij gebruiken hun cruiseschepen wel voor personentransport over water, maar hun verdienmodel is niet gebaseerd op het transport zelf, maar op het amuseren van het publiek.

Het is om deze reden dat cruiseschepen onder twee verschillende bedrijfssectoren valt. In eerste instantie die van het personentransport en in de tweede instantie die van het amusement. Cruisemaatschappijen beschikken bijvoorbeeld over kapiteins en bootpersoneel, maar ook over hotelmanagers en recreatiepersoneel.

Voor een lange tijd waren schepen bedoelt voor enkel het transport van mensen en goederen over water. Met de vondst van Amerika werd het voor mensen steeds interessanter om naar verre bestemmingen te vertrekken. De meest geschikte manier om dat te doen was op dit moment nog over water. De grote zeeën die tussen de continenten liggen zorgden er voor dat transport over land niet mogelijk was en vliegtuigen bestonden voor de twintigste eeuw nog niet.

Na de tweede wereldoorlog werd luchttransport ontzettend verbeterd. Grote afstanden konden nu in relatief weinig tijd worden afgelegd. Dit zorgde er voor dat zeetransport steeds minder populair werd door de concurrentie met het vliegtuig, die door bootrederijen niet te evenaren was. Vanaf dit moment gingen deze rederijen zich richten op het zoeken naar manieren om toch publiek te blijven trekken, wat uiteindelijk werd bereikt door het bieden van comfort, ontspanning en culturele ontwikkeling.

Cruiseschepen bestonden al vanaf 1833, maar het was pas sinds de twintigste eeuw dat deze ook daadwerkelijk populair werden.

Een cruise richt zich vaak op culturele ontwikkeling. Culturele excursies waarbij het publiek aan land treed, worden dan ook vaak door cruisemaatschappijen aangeboden. Dit is echter niet alles wat een dergelijk schip te bieden heeft, want aan boord is er ook vanalles te doen.

Op een cruiseschip is vrijwel altijd een entertainment team aan boord, door wie van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat activiteiten worden georganiseerd. Het soort activiteiten is afhankelijk van de doelgroep van de cruise, maar over het algemeen kan er gedacht worden aan activiteiten als sporttoernooitjes, lezingen, kookworkshops, danslessen, dansavonden, filmtheater, toneel en nog veel meer.

De auto

De auto is misschien wel het meest efficiënte en meest zelfstandige transportmiddel dat op land rijdt. De auto kan door de passagier bestuurd worden en wordt aangedreven door een motor, wat betekent dat er ook weinig mankracht voor nodig is. De naam ‘auto’ of ‘automobiel’ wordt voor dit voertuig gebruikt, omdat het voertuig ‘zelfrijdend’ is en geen menselijke aandrijving nodig heeft. Auto’s rijden voornamelijk met behulp van verbrandingsmotoren. Tegenwoordig worden er ook steeds vaker hybride aandrijvingen en elektrische aandrijvingen gebruikt.

De verbrandingsmotor, die op dit moment nog steeds het meest wordt gebruikt, werkt doormiddel van een brandstof als benzine of diesel, die bij tankstations te koop zijn.

Bijna alle automotoren zijn viertaktmotoren. Dit betekent dat de volledige cyclus van een dergelijke motor bestaat uit vier fasen.

1. Het opzuigen van een brandstof als benzine of diesel

2. Het samendrukken van de lucht binnen een cilinder, waardoor de temperatuur sterk toeneemt. Een benzinemotor maakt gebruik van een elektrische vonk om de brandstof te ontsteken en bij een dieselmotor ontsteekt de stof spontaan, door de hoge temperatuur.

3. Door de druk van de ‘ontploffing’ van het brandstofmengsel gaat de zuiger naar beneden en levert de motor arbeid. De auto komt zo dus in beweging.

4. De verbrande gassen worden uitgedreven via de uitlaat.

Omdat het veelvoudige gebruik van brandstofmotoren een negatief effect heeft op het milieu, is er een steeds grotere vraag naar elektromotors. Steeds meer autofabrikanten schakelen over naar een dergelijke motor.

Hybriden zijn ook een mogelijkheid om het negatieve effect op het milieu te verminderen. Een auto maakt dan gebruik van twee motoren: één verbrandingsmotor en één elektromotor. De elektromotor wordt binnen de stad gebruikt en de verbrandingsmotor buiten de stad.

De bus

Al voor de uitvinding van de verbrandingsmotor, reden er omnibussen binnen verschillende steden. Deze ‘bus’ werd door paarden vooruit getrokken en was voor iedereen bedoeld. Als gevolg op de verbrandingsmotor in de auto, werden omnibussen vervangen door automobielomnibussen, of kortweg bussen. Deze voertuigen worden op grote schaal gebruikt als openbaar vervoer, maar vaak ook als langeafstandsreismogelijkheid in de vorm van touringcars.

In Nederland bestonden spoorwegen en trams al voordat de autobussen werden geïntroduceerd. De bussen werden geïntroduceerd in jaren twintig van de twintigste eeuw, in eerste instantie ter vervanging van de tram. Bussen waren een stuk sneller en daarbij ook een stuk vrijer dan trams waren, wat de bussen binnen steden aantrekkelijk maakten.

Bussen werden binnen Nederland zo populair dat ze werden gezien als concurrent van spoorwegen. Deze concurrentie liep op een gegeven moment zo uit de hand dat er een wet op vergunningsplicht werd ingevoerd. Zo werd er gezorgd dat er slechts één busmaatschappij een vergunning kreeg binnen een bepaald gebied.

Op dit moment zijn Arriva, Connexxion, Qbuzz en Veolia de grootste regionale busvervoerders binnen Nederland. Rotterdam, Amsterdam en Den Haag hebben hun eigen locale vervoersbedrijven, die ieder ook in het bezig zijn van bussen. Voor Amsterdam is dat de GVB, voor Rotterdam de RET en in Den Haag de HTM.

Vliegtuigen

Het afleggen van lange afstanden gaat vandaag de dag voornamelijk via de lucht. In 2014 was er voor het eerst spraken van het vertrek van meer dan 100.000 lijnvluchten per dag wereldwijd en vandaag de dag stijgt dit cijfer nog steeds. Het vliegtuig wordt dus in veelvoud gebruikt door een groot aantal passagiers dat iedere dag voor verschillende redenen naar andere landen reist.

Eeuwen geleden leken deze cijfers echter op een onhaalbare droom. Al vanaf het begin der tijden zijn mensen bezig geweest met het zoeken van manieren om vliegen mogelijk te maken, maar vaak werd er dan niet gezocht naar een manier om meerdere mensen tegelijkertijd van de grond te krijgen. De eerste experimenten waren voornamelijk gebaseerd op de vleugels van een vogel, waarbij mensen vleugels namaakten en ze aan hun eigen lichaam bevestigden.

Pas rond 1783 werd er een luchtballon ontworpen die meerdere mensen de lucht in kon helpen, maar deze methode was nauwelijks effectief. De ballon kon geen richting bepalen en daardoor kon dit niet worden gezien als een waardig luchtvervoermiddel.

De eerste vliegtuigen werden getest rond 1799 en in 1849 kon het eerste bemande ‘vliegtuigje’, een glider, de lucht in komen. Niet veel later werden er mogelijkheden getest om de vliegtuigjes op stoom te laten vliegen, maar deze mogelijkheden leken nauwelijks effectief. Deze vliegtuigjes konden namelijk niet goed bestuurd worden en waren onmogelijk voor piloten om te kunnen besturen.

De gebroeders Wright, bekend om de vondst van het eerste vliegtuig met motoraansturing, ontwierpen in 1905 de eerste effectieve ‘vliegmachine’. Deze vondst legde de grondslag voor het vliegtuig zoals hij nu nog steeds is.

Personentransport

Vanaf de jaren vijftig, door de snelheid en comfort, begon vliegtuigvervoer voor reizigers nog interessanter te worden. In 1960 werd door de KLM (Koninklijke Luchtvaart Maatschappij) de eerste vliegtuigverbinding tussen Amsterdam en New York gelegd. Deze afstand kon per vliegtuig in ongeveer zeven uur worden afgelegd.

Hoe vliegt een vliegtuig?

De reden dat een vliegtuig door de lucht kan vliegen heeft op de eerste plaats te maken met aerodynamica, waar we van spreken als voorwerpen door de lucht voortbewegen. De vleugel van een vliegtuig is aan de bovenkant bol en aan de onderkant plat, wat er voor zorgt dat de luchtstroom aan de bovenkant van de vleugel sneller verloopt dan aan de onderkant van de vleugel. Hierdoor wordt de luchtdruk aan de onderkant van de vleugel groter, waardoor een vliegtuig als het ware in de lucht kan blijven hangen.

De voorwaarde hiervoor is dat het vliegtuig in beweging moet blijven, omdat er anders geen spraken meer is van luchtstroming. Om deze beweging te stimuleren, moet er gebruik worden gemaakt van motors die het vliegtuig voort blijven duwen. Het is echter zo dat wanneer de motors er mee op zouden houden, het vliegtuig nog steeds in beweging zou zijn. De bouw van het vliegtuig zorgt er voor de het vliegtuig niet in een keer neerstort, maar dat deze geleidelijk aan naar beneden kan glijden.

De verschillende vleugelonderdelen kunnen daarnaast ook bewegen om te zorgen dat een vliegtuig genoeg lift heeft. De bolling van de vleugel wordt dan aangepast. Aan de achterkant van een vleugel zitten rolroeren, die bewegen als een vliegtuig een bocht moet maken.

Goederentransport over water

Het water is echter niet alleen geschikt voor personentransport, maar ook voor goederentransport. Per dag gaan er een groot aantal vrachtschepen te water die vaak bedekt zijn met een groot aantal zeecontainers waarin zich allerlei goederen bevinden. Naast de bemanning zijn er meestal geen personen aan boort, omdat deze schepen uitsluitend bedoeld zijn voor het vervoeren van goederen, waaronder ook stoffen als zand, grind kolen en granen onder vallen.

Het voordeel van goederenvervoer over zee is dat een groot aantal goederen tegelijkertijd getransporteerd kan worden, wat de prijs van dit vervoer redelijk laag maakt. Het nadeel is echter wel dat het erg lang duurt voordat goederen van de afzender bij de ontvanger terecht zijn gekomen. Zo is een rit van Europa naar West-Europa over het algemeen dertig dagen lang, wat deze manier van transport niet geschikt maakt voor goederen die snel verstuurd moeten worden.

Door de druk op landelijk verkeer en daarbij de grote CO2 uitstoot, wordt goederentransport over zee steeds populairder, waardoor er nu ook wordt gezocht naar mogelijkheden om transport via binnenlands water ook mogelijk te maken. Op dit moment zijn vrachtschepen echter door hun grote afmetingen over het algemeen niet geschikt voor rivieren.

Er zijn verschillende soorten vrachtschepen. Voorbeelden hiervan zijn autoschepen voor auto’s, tankers voor bijvoorbeeld chemicaliën, bulkcarriers voor droge goederen als graan, erts en steenkool, veeschepen voor dieren, containerschepen met daarop containers met goederen, zware lading schepen voor zware goederen en general-cargo-schepen voor algemene goederen.

Daarnaast is er ook een specifieke naam voor het soort vrachtschip dat nog maar net door het Panamakanaal past, namelijk Panamax-schepen. Deze schepen zijn ongeveer 305 meter lang en 32 meter breed.