Voordelen van reizen met het openbaar vervoer

Voor de industriële revolutie verplaatsten mensen zich te voet of te paard. Ook toen was er al openbaar vervoer in de vorm van een postkoets of een trekschuit. Sindsdien is de ontwikkeling van transportmiddelen in een stroomversnelling gegaan en tegenwoordig kunnen er door de snelheid van de vervoersmiddelen grote afstanden worden afgelegd in een relatief korte tijd.

In Nederland is er een uitgebreid openbaar vervoer netwerk waarmee zelfs de kleinste dorpen bereikbaar zijn. Behalve dat het beter is voor het milieu zijn er ook een aantal persoonlijke zaken die het reizen met het openbaar vervoer aantrekkelijk maken.

De wegen zijn overvol geraakt waardoor je met de auto regelmatig in een lange file komt te staan. Door met de trein te reizen ontwijk je deze files. Aangezien veel steden ook een aparte busbaan hebben, zul je ook met de bus niet snel in de file terecht komen. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht rijden er ook nog trams waarmee de binnenstad gemakkelijk te bereizen is. Wanneer je voor je werk dagelijks in de spits moet reizen, ben je dus sneller met het openbaar vervoer.

Afhankelijk van waar je woont en werkt, kan het zijn dat er meerdere vervoersmiddelen nodig zijn. Voor mensen die op het platteland wonen, lijkt een eigen auto aantrekkelijker. Het kan dan namelijk zijn dat je eerst met de fiets naar een bushalte moet en vervolgens met de bus naar een treinstation moet reizen. Deze wisseling van vervoersmiddelen lijkt een reis langer te maken. Toch is dit voor mensen die in de spits moeten reizen vaak niet zo. Mits de aansluiting tussen de verschillende vervoersmiddelen gestroomlijnd is en je niet al te lang hoeft te wachten op de bus of trein. Het is slim om goede schoenen aan te doen als je met het openbaar vervoer reist. Op grote treinstations kan het zijn dat je een behoorlijke afstand moet afleggen tussen de verschillende perrons en misschien zelfs een keer een sprintje moet trekken om de aansluitende trein te halen.

Het openbaar vervoer is niet extreem goedkoop, maar om de kosten te vergelijken met een eigen auto dient er rekening gehouden te worden met de kosten van brandstof, autobelasting en de verplichte verzekering. Dit bij elkaar opgeteld zul je met het openbaar vervoer in de meeste gevallen goedkoper uit zijn.

Een ander voordeel van het reizen met openbaar vervoer is dat je onderweg andere dingen kunt doen, omdat je niet op de weg hoeft te letten. Tijdens de reis kun je bijvoorbeeld een vergadering voorbereiden of ontspannen een boekje lezen. Dit kan een goede manier zijn om na een stressvolle werkdag alles van je af te zetten, zodat je uitgerust thuiskomt.

Als je elke dag met het openbaar vervoer reist op hetzelfde tijdstip is de kans groot dat je steeds dezelfde passagiers tegenkomt. Het reizen kunnen daardoor leuke sociale contacten opleveren.

De treinstations in grote steden zijn voorzien van diverse winkels. Zo kun je onderweg naar huis gelijk boodschappen doen en bespaar je parkeergeld in het centrum van de stad.

De auto

De auto is misschien wel het meest efficiënte en meest zelfstandige transportmiddel dat op land rijdt. De auto kan door de passagier bestuurd worden en wordt aangedreven door een motor, wat betekent dat er ook weinig mankracht voor nodig is. De naam ‘auto’ of ‘automobiel’ wordt voor dit voertuig gebruikt, omdat het voertuig ‘zelfrijdend’ is en geen menselijke aandrijving nodig heeft. Auto’s rijden voornamelijk met behulp van verbrandingsmotoren. Tegenwoordig worden er ook steeds vaker hybride aandrijvingen en elektrische aandrijvingen gebruikt.

De verbrandingsmotor, die op dit moment nog steeds het meest wordt gebruikt, werkt doormiddel van een brandstof als benzine of diesel, die bij tankstations te koop zijn.

Bijna alle automotoren zijn viertaktmotoren. Dit betekent dat de volledige cyclus van een dergelijke motor bestaat uit vier fasen.

1. Het opzuigen van een brandstof als benzine of diesel

2. Het samendrukken van de lucht binnen een cilinder, waardoor de temperatuur sterk toeneemt. Een benzinemotor maakt gebruik van een elektrische vonk om de brandstof te ontsteken en bij een dieselmotor ontsteekt de stof spontaan, door de hoge temperatuur.

3. Door de druk van de ‘ontploffing’ van het brandstofmengsel gaat de zuiger naar beneden en levert de motor arbeid. De auto komt zo dus in beweging.

4. De verbrande gassen worden uitgedreven via de uitlaat.

Omdat het veelvoudige gebruik van brandstofmotoren een negatief effect heeft op het milieu, is er een steeds grotere vraag naar elektromotors. Steeds meer autofabrikanten schakelen over naar een dergelijke motor.

Hybriden zijn ook een mogelijkheid om het negatieve effect op het milieu te verminderen. Een auto maakt dan gebruik van twee motoren: één verbrandingsmotor en één elektromotor. De elektromotor wordt binnen de stad gebruikt en de verbrandingsmotor buiten de stad.

De bus

Al voor de uitvinding van de verbrandingsmotor, reden er omnibussen binnen verschillende steden. Deze ‘bus’ werd door paarden vooruit getrokken en was voor iedereen bedoeld. Als gevolg op de verbrandingsmotor in de auto, werden omnibussen vervangen door automobielomnibussen, of kortweg bussen. Deze voertuigen worden op grote schaal gebruikt als openbaar vervoer, maar vaak ook als langeafstandsreismogelijkheid in de vorm van touringcars.

In Nederland bestonden spoorwegen en trams al voordat de autobussen werden geïntroduceerd. De bussen werden geïntroduceerd in jaren twintig van de twintigste eeuw, in eerste instantie ter vervanging van de tram. Bussen waren een stuk sneller en daarbij ook een stuk vrijer dan trams waren, wat de bussen binnen steden aantrekkelijk maakten.

Bussen werden binnen Nederland zo populair dat ze werden gezien als concurrent van spoorwegen. Deze concurrentie liep op een gegeven moment zo uit de hand dat er een wet op vergunningsplicht werd ingevoerd. Zo werd er gezorgd dat er slechts één busmaatschappij een vergunning kreeg binnen een bepaald gebied.

Op dit moment zijn Arriva, Connexxion, Qbuzz en Veolia de grootste regionale busvervoerders binnen Nederland. Rotterdam, Amsterdam en Den Haag hebben hun eigen locale vervoersbedrijven, die ieder ook in het bezig zijn van bussen. Voor Amsterdam is dat de GVB, voor Rotterdam de RET en in Den Haag de HTM.