De bus

Al voor de uitvinding van de verbrandingsmotor, reden er omnibussen binnen verschillende steden. Deze ‘bus’ werd door paarden vooruit getrokken en was voor iedereen bedoeld. Als gevolg op de verbrandingsmotor in de auto, werden omnibussen vervangen door automobielomnibussen, of kortweg bussen. Deze voertuigen worden op grote schaal gebruikt als openbaar vervoer, maar vaak ook als langeafstandsreismogelijkheid in de vorm van touringcars.

In Nederland bestonden spoorwegen en trams al voordat de autobussen werden geïntroduceerd. De bussen werden geïntroduceerd in jaren twintig van de twintigste eeuw, in eerste instantie ter vervanging van de tram. Bussen waren een stuk sneller en daarbij ook een stuk vrijer dan trams waren, wat de bussen binnen steden aantrekkelijk maakten.

Bussen werden binnen Nederland zo populair dat ze werden gezien als concurrent van spoorwegen. Deze concurrentie liep op een gegeven moment zo uit de hand dat er een wet op vergunningsplicht werd ingevoerd. Zo werd er gezorgd dat er slechts één busmaatschappij een vergunning kreeg binnen een bepaald gebied.

Op dit moment zijn Arriva, Connexxion, Qbuzz en Veolia de grootste regionale busvervoerders binnen Nederland. Rotterdam, Amsterdam en Den Haag hebben hun eigen locale vervoersbedrijven, die ieder ook in het bezig zijn van bussen. Voor Amsterdam is dat de GVB, voor Rotterdam de RET en in Den Haag de HTM.